|
|
|
Inspireren: bezielen, ingeven, aanzetten tot |
 |
 |
| |
‘Waarom
motiveren vaak demotiveert’
Een van de meest genoemde leervragen in management trainingen is de
vraag hoe de manager zijn medewerkers in beweging kan krijgen,
bijvoorbeeld om zich meer ondernemend op te stellen. Met de beste
intenties willen managers van alles doen: hun mensen motiveren, iets
voor hen bedenken, instrumenten inzetten, hen naar een cursus
sturen, hen overtuigen van het belang van ander gedrag. Vaak
hebben hun pogingen echter een averechts effect. Hoe harder ze duwen
hoe minder beweging er lijkt te zijn.
Motiveren werkt averechts
De genoemde pogingen van managers om hun mensen te motiveren gaan
voorbij aan een reeds aanwezige, innerlijke motivatie van mensen.
Managers hebben vanuit hun functie meestal meer oog voor wat er niet
is (en er dus moet komen) dan voor wat er wel is. Door mensen te
willen motiveren spreken ze de medewerker niet aan op wat er al is.
Het is eigenlijk een ontkenning van het feit dat mensen (al) in
beweging zijn. Dat raakt medewerkers in hun ziel. Ze voelen zich
niet gezien als de mens die zij zijn. Niet alleen wordt hun
innerlijke talent niet aangesproken, de medewerker haakt ook
innerlijk af als hij niet erkend wordt. De manager moet almaar
harder werken en de medewerker wordt almaar meer een volger.
Beweegbare objecten
Mensen motiveren om daarmee een gewenst
gedrag te stimuleren getuigt van een opvatting van mensen als ware
het ‘objecten’ die net als een biljartbal in beweging kunnen worden
gebracht, mits je de juiste stoottechniek hanteert. Het reduceert de
relatie tussen een handelend ik (de manager) en een passief het (de
medewerker). Hoe kan iemand in een dergelijke relatie haar ware
kracht of talent laten zien?
Als je mensen daarentegen ziet als bezielde wezens, ga je er van uit
dat er in ieder mens een kracht is, die hem drijft. Die kracht kun
je aanspreken en benutten voor de organisatie. Maar dat vraagt wel
een andere instelling ten aanzien van de mensen die er werken: niet
slechts als instrument voor het behalen van bedrijfsdoelen, maar als
een levend wezen met eigen drijfveren, geschiedenis, gevoelens en
ambities.
Ik wil het woord ‘inspireren’ graag reserveren voor
een dergelijke verhouding.
Inspireren
Het is meer zo dat een inspirerend leider bij de ander iets wekt of
wakker schudt, bijvoorbeeld een (sluimerend) verlangen om te leven
vanuit zijn of haar eigen diepe drijfveren. De medewerker wordt
aangesproken op zijn eigen inspiratie. Zo kan een manager die voor
honderd procent achter zijn of haar mensen staat en voor hen opkomt,
bij hen een verlangen wakker roepen om met een zelfde
onvoorwaardelijke inzet te leven of de wens om met eigen collega’s
een vergelijkbare verbondenheid te ervaren.
Wat beweegt mensen?
Dat wat iemand raakt zet hem in beweging. Mijn inschatting is dat
veel managers geen idee hebben wat hun medewerkers beweegt. Om dat
te ontdekken moet de manager zich verdiepen in de medewerker als
mens. Velen zullen verbaasd staan over hun mensen. Ze ontdekken
wellicht dat de creativiteit, passie, de frisse ideeën en kritische
geest die ze zo graag willen aanbrengen reeds lang aanwezig is.
Sommige managers komen er misschien achter dat zij zelf de grootste
belemmering vormden voor het kunnen uiten van die inspiratie.
Belangrijker dan het willen aanbrengen van inspiratie is dus voor
managers dat ze de ruimte bieden voor medewerkers om vanuit hun
aanwezige inspiratie het uitvoerende werk te kunnen doen. Zo kan een
manager bijvoorbeeld belemmerende procedures wegnemen,
administratieve handelingen versimpelen en langdurige
besluitvormingsprocedures versnellen.
Anderen inspireren begint dus bij de manager zelf. In hoeverre is
hij of zij zelf in contact met
eigen drijfveren, met datgene wat hem of haar ten diepste beweegt?
Alleen een geïnspireerd leider die zijn eigen handelen, drijfveren
en prestatiebereidheid begrijpt kan anderen inspireren.
|
|
|